Het jaarlijkse Najaarssymposium van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en De Nationale DenkTank sloot ditmaal aan bij het thema van de DenkTank 2010: vertrouwen in een veranderende samenleving.
Zaterdagmiddag verzamelden leden van de Hollandsche Maatschappij en alumni van de DenkTank zich in het Hodson Huis te Haarlem om, onder begeleiding van dagvoorzitter Rob Trip, via presentaties en discussie hun licht op te steken over vertrouwen in instituties, en een kijkje te nemen in de psychologische keuken van dit thema.
Als voorzitter van de Hollandsche Maatschappij beet Alexander Rinnooy Kan het spits af. In een korte voordracht zette hij helder uiteen hoe het vertrouwen in en respect voor instituties als politie, wetenschap en de rechtspraak steeds minder vanzelfsprekend is geworden. Aansluitend presenteerde de DenkTank haar onderzoeksresultaten: door te werken aan specifieke problemen in de interactie tussen burgers en publieke instanties, wil de DenkTank de onderlinge vertrouwensrelatie verbeteren.
Pleidooi voor betrekken van burgers
Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) buigt zich momenteel over het thema vertrouwen in de samenleving. Keynote speaker van het Najaarssymposium was de voorzitter van de WRR prof.dr. A.J. Knottnerus. Vanuit de stelling dat een leefbare samenleving bestaat bij gratie van betrokken burgers, onderzoekt de WRR hoe deze betrokkenheid bij publieke zaken kan worden vergroot.
Evenals de DenkTank, toont de WRR veel aandacht voor verbetering van de interactie met de burger: belangrijke punten zijn meer gebruik maken van alle media en een goed afgestemde communicatiestrategie, waardoor onder meer de verwachtingen van de burger realistischer moeten worden.
Vertrouwt u intuïtief op Wilders?
De lezingen en discussie stonden vooral in het teken van een rationele benadering: realistische verwachtingen en een betere informatievoorziening kunnen het vertrouwen tussen burger en instantie herstellen. Tijdens het Najaarssymposium kreeg het publiek echter ook een ander perspectief gepresenteerd: hoe werkt vertrouwen zonder ratio – intuïtief?
Tussen de lezingen en het discussiepanel door, was er tijd voor enig zelfonderzoek en tot slot kreeg de zaal een psychologisch toegift. Telkens werden twee gezichten getoond: het publiek moest direct kiezen welke persoon het meest competent was. De duo’s bleken concurrerende gouverneurs in Amerikaanse verkiezingen. De uitkomst van de test was opmerkelijk: in vrijwel alle gevallen had ruim 80 procent van de zaal de winnende gouverneur als meest competent beschouwd. Vertrouwen blijkt deels een zeer intuïtieve aangelegenheid.
Eén vraag roerde de gemoederen in het bijzonder: na het kiezen tussen drie zelfde gezichten met ieder een andere uitdrukking, werd verteld dat de gelaatstrekken de gezichten van de heer Wilders, de heer Rutte en de heer Verhagen representeerden. Met een nipte meerderheid voor Rutte, een flinke punt voor Verhagen en een bescheiden taartstuk voor Wilders, was de uitslag wellicht representatief, maar dit psychologisch toetje viel sommigen toch zwaar op de maag. Op prikkelende wijze wezen de onderzoekers zo op het belang van natuurlijke en moeilijk te beïnvloeden factoren als gelaatstrekken. Al blijkt uit onderzoeken van de WRR en de DenkTank het verhaal daarmee nog niet rond.






